Posities in het veld

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

De posities in het veld bij padel spelen een zeer grote rol in het spel. Het speelveld is bij padel opgedeeld in 3 zones: de aanvallende-, verdedigende- en transitiezone. Een goede positie innemen in het veld is van groot belang om fouten te voorkomen.

Het speelveld

Een padelbaan is 20 meter lang en 10 meter breed. Als team heb je dus een speelveld van 10 bij 10 meter af te dekken. Per persoon houdt dit in dat je verantwoordelijk bent voor 10 meter lengte en 5 meter breedte. De spanwijdte van iedere speler is 1,07 x de lichaamslengte. Een speler met een lengte van 1.80 m kan dus 1.92 meter van de baan afdekken. Dit houdt in dat er dus nog steeds veel ruimte is voor de tegenstander om de bal te spelen. Des te belangrijker de positie.

Aanvalszone

De aanvalszone bevindt zich aan het net, ongeveer 2 meter vanaf het net. Je staat dus niet met je neus op het net, omdat je altijd rekening moet houden met een lob die gespeeld kan worden. Vanuit de aanvalszone probeer je de tegenstander altijd te dwingen tot een fout. Je doel is dus niet om de mooiste ‘winners’ te slaan. Dit leidt namelijk vaak tot onnodige fouten.

Vanuit de aanvallende positie is het belangrijk om als team zijwaarts over de baan te schuiven. Eerder hebben we al aangegeven dat je zelf ongeveer 2 meter van de baan kunt afdekken. Als je als team niet schuift, houdt je deze ruimtes open waardoor de tegenstander de bal langs je heen kan spelen. Door echter goed mee te schuiven, maak je de hoeken kleiner en kun je de ballen wel terug brengen. In de onderstaande afbeelding wordt dit principe nader toegelicht

Transitiezone

De naam zegt het al ’transitie’. Dit is de veranderingszone. In deze zone in het veld wil je nooit stilstaan. Deze zone is enkel de overgangszone om je van de aanvallende positie naar de verdedigende positie te verplaatsen, en andersom. In de transitiezone dek het net niet meer de lijn naar je voeten af. Hierdoor kan je tegenstander de bal gemakkelijker naar je voeten spelen. Deze ballen zijn technisch moeilijk om onder controle te krijgen waardoor je snel een fout zult maken.

Verdedigingszone

Als je tegenstander aan het net staat dan zul je zelf de verdedigende positie moeten innemen. Vanuit de verdedigende zone probeer je geduldig te blijven en de aanvallende slagen van je tegenstander te neutraliseren. Vanuit achteruit probeer je de ballen zoveel mogelijk door het midden te spelen. Hier ligt vaak de meeste ruimte. Daarnaast zal het aanvallende team altijd gaan twijfelen wie de bal moet pakken. Zodra je een makkelijkere bal aangespeeld krijgt, kun je proberen om d.m.v. een lob de aanval over te nemen. Dit doe je door vervolgens vanuit de verdedigende zone, langs de transitiezone in de aanvallende zone te komen. Met de lob dwing je de tegenstanders naar de verdedigende zone om de bal op te halen. Hierdoor zullen zij de verdedigende zone moeten innemen en kunnen jullie naar de aanvallende zone schuiven.

ook interessant: